l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Endoscopsie (ERCP)

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Afspraakgegevens

      Er is voor u een afspraak gemaakt met de volgende gegevens:


      Dag:       ____________________

      Datum:  ____________________

      Tijd:       ____________________

       

      Wij verzoeken u zich te melden
      bij het opnamebureau
      in de centrale hal,
      bewegwijzeringsnummer 0.06

       

      Bij verhindering dient u ons minstens 24 uur van te voren
      te berichten daar wij anders genoodzaakt zijn dit verzuim
      in rekening te brengen

       

      Aandachtspunten

       

      • Meldt een (mogelijke) zwangerschap aan de behandelend arts.
      • Indien u diabetes heeft, volgt u dan de aanwijzingen vanaf pagina 13.
      • U kunt ons bereiken op de volgende telefoonnummers: Functieafdeling 0341-463538 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)     Poli MDL 0341-463899 (maandag t/m vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur)
      • Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?  

       - De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met    ons opnemen via het algemene nummer van het     ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u     doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag     kunt stellen.

       - Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact    op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met    de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341
       

      Informatie

       

      Wat is een ERCP?

      De afkorting ERCP staat voor ‘endoscopische retrograde cholangio- en pancrea-ticografie’. In gewoon Nederlands betekent dit: kijkonderzoek van de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier. Bij een ERCP kijkt men met een endoscoop (een dunne flexibele slang met aan het uiteinde een camera) in de twaalfvingerige darm. Daar komen de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier in de darm uit. Via de endoscoop brengt de arts een dun slangetje (katheter) in de opening van de galwegen. Door contrastvloeistof te spuiten, worden de galwegen op een röntgenbeeld zichtbaar en worden er foto’s gemaakt. Bovendien kunnen tijdens deze procedure ingrepen worden uitgevoerd. Denkt u hierbij aan het insnijden van de opening van de galwegen, het verwijderen van galstenen uit de galwegen of het plaatsen van een buisje in een vernauwing of afsluiting. Ook kan de arts weefsel afnemen voor onderzoek.

       

      Waarom een ERCP?

      Met een ERCP kan men informatie verkrijgen over de galwegen en afvoergang van de alvleesklier.

       

      Voorbereiding

       

      Nuchter zijn

      Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren, moeten uw slokdarm, maag en twaalfvingerige darm leeg zijn. Als het onderzoek voor 13:00 uur plaatsvindt, mag u de avond voor het onderzoek vanaf 22:00 uur niets meer eten en drinken.

      Vindt het onderzoek na 13:00 uur plaats, dan mag u voor 8:30 uur nog een licht ontbijt nemen (een of twee beschuiten en een of twee kopjes thee). Daarna mag u niets meer eten en drinken tot aan het onderzoek.

       

      Kortdurende opname

      Om een ERCP te kunnen doen, wordt u kortdurend in het ziekenhuis opgenomen. In ieder geval brengt u de nacht na het onderzoek in het ziekenhuis door.

       

      Wat neemt u mee naar het ziekenhuis:

       

      • Een patiëntenpas van Ziekenhuis St Jansdal
      • Een geldig legitimatiebewijs
      • Eventueel het CPAP apparaat dat u gebruikt tijdens het slapen
      • Uw eigen medicatie

       

      Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten.

       

      Medicijnen

      Wanneer u medicijnen gebruikt, vraag dan tijdig aan uw arts hoe u dit kunt aanpassen. Medicijnen kunt u tot uiterlijk twee uur voor het onderzoek met een beetje water innemen. Puffjes voor de luchtwegen kunt u blijven gebruiken.
       
      Indien u diabetes heeft, neemt u dan voor het onderzoek contact op met de arts die uw diabetesmedicatie heeft voorgeschreven of met de diabetesverpleegkundige. Zij spreken met u af hoe u deze medicatie moet innemen ter voorbereiding op dit onderzoek. Neemt u tijdens de opname wel uw diabetesmedicatie mee. Een globale richtlijn vindt u achter in de folder.
       

      Bloedverdunners

      Soms dienen bloedverdunners een aantal dagen voor het onderzoek gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Neemt u daarom contact op met de arts die het onderzoek aanvraagt.

       

      Globale richtlijn

       

      Niet stoppen:


      Trombocytenaggregatieremmer zoals:
      Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium (Ascal), Dipyridamol (Persantin), Clopidogrel (Plavix), Prasugrel (Efient) en Ticargrelor (Brilique)

       

      Overleg Trombosedienst:


      Acenocoumarol (Sintrom) of Fenprocoumon (Marcoumar)

       

      Overleg arts:


      NOAC (Non-VKA orale Anti Coagulantia) zoals:
      Rivaroxoban (Xarelto), Dabigatran (Pradaxa) of Apixaban (Eliquis)

       

      Zonodig geeft de arts die het onderzoek verricht u na het onderzoek aanvullend advies over het herstarten van de medicatie, mede afhankelijk van de uitkomsten van de ERCP.

       

      Onderzoek

       

      Wie verricht het onderzoek?

      Het onderzoek wordt uitgevoerd door een maag-darm-leverarts (MDL-arts). De arts wordt tijdens het onderzoek bijgestaan door twee endoscopieverpleegkundigen. De slaapmedicatie wordt verzorgd door een sedationist. De röntgenlaborant maakt de beeldopnamen.
       

      Waar wordt het onderzoek gedaan?

      Nadat u zich gemeld heeft bij het opnamebureau, wordt u doorverwezen naar een verpleegafdeling. Daar krijgt u een bed toegewezen. U krijgt een OK jasje aan, er wordt een infuus aangebracht en u krijgt een Diclofenac zetpil toegediend. Vlak voor het onderzoek wordt u naar de röntgenafdeling gebracht waar het onderzoek plaatsvindt. Na afloop wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling.
       

      Hoe verloopt het onderzoek?

      In de onderzoekkamer maakt u kennis met de zorgverleners die het onderzoek bij u zullen uitvoeren. Zij zullen u uitleggen wat er gaat gebeuren. U krijgt een bijtring in uw mond om uw gebit en de endoscoop te beschermen. Losse gebitsdelen moeten worden uitgedaan.
      Via het infuus wordt de medicatie voor het slaapmiddel toegediend. Dit werkt binnen enkele minuten. Tijdens het onderzoek ligt u op uw buik. De mdl-arts brengt de endoscoop via de mond naar binnen en vervolgens via de slokdarm en de maag naar de dunne darm. Via de endoscoop brengt de arts een katheter in de opening van de galwegen. Door contrastvloeistof in de katheter te spuiten, worden de galwegen op een röntgenbeeld zichtbaar en worden er röntgenopnamen gemaakt. Eventuele kleine ingrepen worden uitgevoerd.
      Het onderzoek zelf duurt 30-60 minuten.
       

      Na het onderzoek

      Na het onderzoek gaat u weer terug naar de verpleegafdeling. Uw keel kan wat gevoelig zijn en u kunt wat milde buikklachten hebben, maar dit verdwijnt binnen enkele uren. Regelmatig meten verpleegkundigen uw bloeddruk en controleren zij het zuurstofgehalte in uw bloed.
      Krijgt u na de ERCP klachten, zoals meer buikpijn, braken, koorts (koude rillingen), zwarte ontlasting, pijn op de borst waarschuw dan direct de verpleging. Indien u thuis bent neemt u dan contact op met het ziekenhuis of uw behandelend arts.
      Uw behandelend arts, dat is dus niet in alle gevalle de arts die de ERCP heeft uitgevoerd, zal uiteraard na afloop de bevindingen en verdere consequenties met u bespreken.

       

       

      Mogelijke complicaties

      Een ERCP is over het algemeen een veilig onderzoek. Toch kan soms een complicatie optreden. Dit kunnen zijn:
       

      • een longontsteking door verslikken
      • door het inspuiten van contrastmiddel kan de alvleesklier ontstoken raken
      • een infectie van de galwegen en/of bloedvergiftiging
      • (na)bloeding
      • een gaatje in de slokdarm, maag of dunne darmwand (perforatie)
      • overdracht van een infectie via de ERCP-scoop   Er is een zeer kleine kans dat zich een infectie voordoet na een ERCP. Deze infectie wordt overgedragen door de ERCP-endoscoop zelf, ondanks dat deze zorgvuldig en volgens handleiding van de fabrikant gereinigd en gedesinfecteerd is. Deze overdracht van infecties geldt niet voor onderzoeken met gastro- en coloscopen, maar alleen voor onderzoeken met een ERCP-scoop. Wij hebben in ons ziekenhuis vanzelfsprekend maatregelen genomen om de kans op een overdracht zo klein mogelijk te maken. De kans op het krijgen van een infectie is uiterst klein maar wij vinden het toch belangrijk dat u voorafgaand aan het onderzoek hiervan op de hoogte wordt gesteld.  Bespreek de voordelen en risico’s van het onderzoek met uw behandeld arts. In de meeste gevallen is de gezondheidswinst die een ERCP voor u oplevert veel groter dan het kleine risico op een infectie.

       

      Informatie voor mensen met diabetes

      Binnenkort heeft u een afspraak voor een ERCP. Tijdens de voorbereidingsdagen kunt u last krijgen van te hoge of te lage bloedglucosewaarden. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen adviseren wij de voor u geldende instructies nauwkeurig op te volgen, dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet treffen.

       

      protocol insuline eenmaal daags                       pagina 14
      protocol insuline tweemaal daags                     pagina 16
      protocol insuline viermaal daags                       pagina 18
      protocol insulinepomp                                       pagina 20

      protocol bloedglucoseverlagende tabletten      pagina 21
      protocol GLP-1                                                  pagina 22
      protocol combinatie insuline en GLP-1              pagina 23

       

      Bij vragen kunt u contact opnemen met één van de diabetesverpleegkundigen van het St Jansdal via de assistentes van de poli interne:

       

      Van maandag tot en met vrijdag van 08:30 uur tot 16:00 uur, telefoonnummer: 0341 463747

       

      Als u belt graag doorgeven welke insulinesoort u gebruikt en hoeveel eenheden u altijd injecteert/bolust.
       

      Diabetesprotocol insuline eenmaal daags

      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13:00 uur plaats:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan
      ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13:00 uur plaats:
      Als u de insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan
      ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
       

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol insuline tweemaal daags

      Gebruikt u tweemaal daags (middel) langwerkende insuline? Neem dan contact op met één van de diabetesverpleegkundige.


      De dag vóór het onderzoek:

      Voor het ontbijt kunt u uw gebruikelijk dosis insuline injecteren.
      Voor het avondeten kunt u 75% (3/4) van uw gebruikelijke dosis insuline injecteren.
       

      De dag van het onderzoek:
       

      Het onderzoek vindt vóór 13:00 uur plaats:
      U slaat uw dosis insuline voor het ontbijt over.
      Vóór de eerste maaltijd na uw onderzoek injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13:00 uur plaats:
      Voor het ontbijt injecteert u 33% (1/3) van uw gebruikelijke dosering.
      `s Avonds kunt u uw gebruikelijke dosering weer hervatten.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
       

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?


      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

      Diabetesprotocol insuline viermaal daags


      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de langwerkende insuline
      ’s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de langwerkende insuline voor het slapengaan te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.


      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13:00uur plaats:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen geen langwerkende insuline.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      De (ultra)kortwerkende insuline mag u deze morgen niet injecteren. Na het onderzoek mag u de gebruikelijke dosering (ultra)kortwerkende insuline weer hervatten

       

      Het onderzoek vindt ná 13:00uur plaats:
      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s morgens injecteert; dan injecteert u deze morgen 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.

       

      Als u de langwerkende insuline normaal ‘s avonds injecteert; dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       

      U mag de (ultra) kortwerkende insuline ’s morgens en ’s middags niet injecteren.

       

      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
       

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?


      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?


      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline injecteren.

       

      Na het onderzoek hervat u uw eigen insulineschema.
       

      Diabetesprotocol insulinepomp


      De dag vóór het onderzoek:
      Deze dag zijn er geen wijzigingen; u hoeft de basaalstand niet aan te passen en kunt alles doen zoals u gewend bent.
       

      De dag van het onderzoek:
      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
       

      • op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • twee uur hierna
      • voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • voor het avondeten
      • voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?


      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.
      Zijn de bloedglucosewaarden gedurende de dag lager dan 6, dan adviseren wij u om de pomp op een tijdelijk basaal van 50% in te stellen.

       

      Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden?


      Is de bloedglucose hoger dan 15, dan moet u 2 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.
      Is de bloedglucose hoger dan 20, dan moet u 4 eh (ultra)kortwerkende insuline bolussen.

       

      Na het onderzoek hervat u uw eigen insulineschema.
       

      Diabetesprotocol bloedglucoseverlagende tabletten


      De dag van het onderzoek:
       

      U hoeft geen bloedglucoseverlagende tabletten te gebruiken.
      Indien u hypo-verschijnselen krijgt (honger, beven, zweten, een trillerig gevoel, bleekheid, wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid) of de bloedglucose is lager dan 4.0 mmol neemt u dan een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker.

       

      De bloedglucoseverlagende tabletten kunt u bij de eerst volgende maaltijd weer innemen. Medicatie hoeft niet ingehaald te worden.

       

       

      Diabetesprotocol GLP-1


      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de GLP-1 ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveelheid injecteren.
      Bent u gewend om de GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan injecteert u deze avond geen GLP-1.
       

      De dag van het onderzoek:
      De GLP-1 kunt u na het onderzoek injecteren op de gebruikelijke tijd.

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden?


      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

      Diabetesprotocol combinatie insuline en GLP-1


      De dag vóór het onderzoek:
      Indien u gewend bent om de combinatie insuline en GLP-1
      ‘s morgens te injecteren, dan kunt u de gebruikelijke hoeveel- heid injecteren.
      Bent u gewend om de combinatie insuline en GLP-1 ‘s avonds te injecteren, dan dient u 50% (1/2) van de gebruikelijke hoeveelheid te injecteren.


      De dag van het onderzoek:
      Het onderzoek vindt vóór 13:00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend geen combinatie insuline en GLP-1.
      Bij de eerste maaltijd na het onderzoek injecteert u 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.

       

      Het onderzoek vindt ná 13:00 uur plaats:
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s morgens injecteert, dan injecteert u deze ochtend 50% (1/2) van de gebruikelijke dosering.
      Als u de combinatie insuline en GLP-1 normaal ‘s avonds injecteert, dan ‘s avonds de gebruikelijke dosis weer hervatten.
       


      Wij adviseren u deze dag de bloedglucose vijf keer te prikken:
       

      • Op het tijdstip waarop u normaliter ontbijt
      • Twee uur hierna
      • Voor de lunch of uw gebruikelijke lunchtijd
      • Voor het avondeten
      • Voor het slapengaan

       

      Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden? 

      Is de bloedglucose lager dan 4:
      Een glas “gewone” limonade (ranja), dus wel met suiker, nemen.

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer