l

Direct contact

Telefoonnummers

Algemeen (receptie)

0341 - 463911

Afsprakenbureau, incl Dronten en Nijkerk 

0341 - 463890

Informatielijn inwoners Flevoland

0341- 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Vragen over MijnStjansdal.nl (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Medicamus Spoedpost (Harderwijk) 

0900 - 3410341

Website Medicamus Spoedpost Harderwijk 

Voorbereiden_Op-Opname

Een onderzoek van je bijnieren:ACTH-test

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Je komt in ons ziekenhuis voor een ACTH-test. Bij dit onderzoek kijkt de dokter of je bijnieren goed werken. Bijnieren maken hormonen aan, zoals stresshormonen en geslachtshormonen. Stresshormoon is altijd in je lichaam aanwezig. Je lichaam maakt extra stresshormoon aan bij ziekte of in situaties die duidelijk iets extra’s van je lichaam vragen. Bijvoorbeeld bij ingrijpende gebeurtenissen (stress) of bijvoorbeeld als je je arm of been breekt. Geslachtshormonen zorgen voor de groei van schaamhaar en okselhaar. De aanmaak van deze geslachtshormonen neemt meestal duidelijk toe rond de puberteitsleeftijd, maar soms al eerder.

      Er kunnen verschillende redenen zijn om een ACTH test te doen. Soms doen we de test om te zien of je lichaam het stresshormoon voldoende kan aanmaken. Soms kijken we vooral of je bijnier de geslachtshormonen in de juiste verhoudingen kan aanmaken en of dat past bij je leeftijd. ACTH is een afkorting van ‘ Adrenocorticotroop Hormoon’. Dit is een hormoon dat door de hypofyse wordt aangemaakt. Het zorgt er voor dat de bijnieren stresshormoon en meer geslachtshormonen aanmaken. Bij deze test geven we je Synachten (=synthetisch ACTH) om te kijken of je bijnieren daardoor meer hormonen gaan aanmaken. Dit kunnen we meten in je bloed.

       

      Voor Ouder(s)

      • Een ingreep of behandeling in het ziekenhuis kan voor een kind heel spannend zijn, waarbij de angst het soms overneemt van de normale nieuwsgierigheid? Deze folder is bedoeld om ouder en kind uit te leggen hoe dit onderzoek plaatsvindt, wat u kunt verwachten op de dag dat u en uw kind hier komen en waardoor de angst bij uw kind kan afnemen? Probeer vragen van uw kind eerlijk en eenvoudig te beantwoorden?

      • Wanneer uw kind in de week voorafgaand aan de afspraak op de polikliniek of operatie een besmettelijke ziekte (zoals waterpokken, rode hond etc?) heeft gehad, verzoeken wij u vriendelijk maar dringend om contact op te nemen met de betreffende polikliniek? Neem ook contact op als uw kind in aanraking is geweest met iemand met een besmettelijke ziekte?

       

      Om een ACTH-test te doen is het nodige om meerdere keren bloed af te nemen. We willen je niet onnodig vaak prikken, daarom krijg je een infuus*.

       

      * Als je meer wilt weten over het infuus ga dan naar pagina

       

      Een ACTH-test doet geen pijn. De prik die we geven voor het infuus kan wel pijnlijk zijn. We doen ons best ervoor om te zorgen dat je hier zo min mogelijk van voelt. Je vader of moeder mag bij je blijven als je het infuus krijgt en tijdens de ACTH-test. De ACTH-test wordt gedaan op de kinder- en tienerafdeling, routenummer 0.90.
       

      Wat doen hormonen?

      Hormonen zijn stofjes in je lichaam, die aan de organen in je lichaam vertellen wat ze moeten doen. We noemen ze ook wel boodschappers. Het orgaan dat de boodschap uitzendt, is de hypofyse. Dat is een kliertje in je hoofd. Je kan het vergelijken met een orkest: de hypofyse is de dirigent. De organen die de boodschap ontvangen zijn dan de instrumenten van het orkest. Voorbeelden van deze organen zijn de schildklier, de bijnieren, de botten, de eierstokken of de balletjes. De hormonen zorgen er bijvoorbeeld voor dat je gaat groeien (je botten worden langer) of dat je in de puberteit komt (je eierstokken of balletjes beginnen te werken). Sommige organen sturen ook weer hormonen (boodschappers) door naar andere organen, zodat zij ook hun werk kunnen doen. In het bloed kunnen we meten welke hormonen en hoeveel hormonen je in je bloed hebt. Bij deze test gaat het om stresshormoon of om geslachtshormonen. Stresshormonen zorgen er voor dat bij stress je lichaam in actie kan komen. Je hart gaat daardoor bijvoorbeeld sneller kloppen. Geslachtshormonen uit de bijnier zorgen ervoor dat je haar krijgt onder je oksels en ook schaamhaar. In het bloed kunnen we meten hoeveel hormonen je in je bloed hebt.
       

      De hypofyse

      De hypofyse is een klein kliertje in je hoofd. De hypofyse speelt onder meer een belangrijke rol in het evenwicht tussen hormonen. De hypofyse maakt onder andere het hormoon ACTH aan.

       

      ACTH

      ACTH is een hormoon dat door de hypofyse gemaakt wordt. ACTH stimuleert de bijnieren tot het maken van stresshormoon en andere bijnierhormonen zoals de geslachtshormonen
       

      Bijnieren
      De bijnieren zijn kleine klieren die bovenop je nieren zitten. Zij maken stresshormonen en andere hormonen waaronder geslachtshormonen aan.
       

      Vóór de ACTH-test

      Wat moet je van tevoren weten?:

      • Voor het onderzoek mag je eten en drinken.
      • Het onderzoek duurt een ochtend.
      • Je hoeft geen pyjama mee te nemen. Wel is het handig om een t-shirt met een vest aan te trekken omdat het infuus meestal in je elleboogplooi wordt geprikt.
      • Je moet tijdens de test een poosje wachten. Op de kinder- en tienerafdeling is allerlei speelgoed aanwezig, maar als je iets van huis mee wil nemen mag dit natuurlijk ook.

      Hoe doen we een ACTH-test?

      • Je komt op de kinder- en tienerafdeling.
      • Je vader en/of moeder mogen bij je blijven.
      • Je krijgt een infuus*.
         

      Wat is een infuus?

      Je krijgt een prik in je arm. Na die prik blijft er ween dun, plastic buisje in je bloedvaten zitten. Dit noemen wij een infuus. Via dat buisje nemen wij regelmatig wat bloed af. Een prik kan pijn doen. Daarom kun je iets krijgen wat je huid verdoofd op de plek waar je de verdoving krijgt: bananenspray. Dit is een spray die we op de plaats spuiten waar de prik komt. Dit voelt alleen een beetje koud aan. Na een minuut of twee is de huid verdoofd en voel je minder van de prik. Bananenspray heet zo omdat het een beetje naar bananen ruikt.

       

       

      • Er worden een aantal buisjes bloed afgenomen uit het infuus. Je voelt hier niks van.
      • Je krijgt via het infuus het medicijn Synachten. Dit kan een beetje koud aanvoelen. Het kan zijn dat je je even niet zo lekker voelt. Het helpt dan om rustig op bed te blijven liggen.
      • Ieder half uur wordt er bloed afgenomen uit het infuus en wordt je bloeddruk gemeten.
      • Als je je goed voelt mag je rondlopen over de afdeling. De verpleegkundige kijkt iedere keer hoe het met je gaat.
      • Als je vragen hebt kun je deze altijd aan de verpleegkundige stellen.
         

      Na de ACTH-test

      Als de test klaar is en je bloeddruk is goed halen we het infuus uit je arm. Dit doet geen pijn. Het loshalen van de pleisters kan wel even vervelend zijn. Daarna mag je naar huis. Je voelt helemaal niets van de test. Je mag alles weer doen wat je anders ook doet.
       

      De uitslag

      De uitslag krijg je telefonisch van de kinderarts. De afdelingssecretaresse maakt hiervoor een afspraak. De kinderarts bespreekt dan met jou en je ouders wat de uitslag is van de ACTH-test en wat er verder gaat gebeuren.

       

      Tips

      Neem één van je ouder(s)/verzorger(s) mee naar het onderzoek. Hij of zij kan je helpen als je bang bent of pijn hebt. Hieronder staan meer tips. Bespreek van tevoren wat jij graag wilt.

      • Doe je ogen dicht en probeer aan iets leuks te denken.
      • Probeer van tevoren zoveel mogelijk te ontspannen: doe samen een ontspanningsoefening. Bijvoorbeeld afwisselend spieren aanspannen en ontspannen. Een pedagogisch medewerker kan je daarbij helpen.
      • Als je niet zoveel bezig wilt zijn met wat er tijdens het onderzoek gebeurt, neem dan lievelingsspeelgoed, een knuffel, (voor)leesboek of mobiele telefoon mee om muziek te luisteren of spelletjes op te doen.
      • Bedenk met je ouder een verhaal of maak vakantieplannen.
      • Rustig ademhalen kan helpen als je bang bent of pijn hebt.
      • Diep inademen door je neus, tot drie tellen en dan weer uitblazen.
      • Misschien vind je het fijn om een hand vast te houden. Of om je te laten masseren of zachtjes op je huid te laten kriebelen.
      • Heb je een Pijnpaspoort*? Laat dan zien hoe jij het graag wilt.
      • Heb je geen Pijnpaspoort*? Bedenk dan van tevoren wat jij wilt. Bijvoorbeeld wel of niet verdovende spray voor het infuusprikken. Bedenk ook alvast wat jou helpt. Bijvoorbeeld kijken of niet kijken. Of tellen.
      • Heb je ergens last van? Heb je pijn? Of lig je bijvoorbeeld niet goed? Vertel dit dan altijd. Dan kijken we wat we daaraan kunnen doen.
      • Als je iets wilt weten of iets niet snapt, mag je het altijd vragen.

       

      * Het Pijnpaspoort is een persoonlijk boekje voor kinderen die vaak in het ziekenhuis komen. Hierin kun je opschrijven wat jou helpt als je pijn hebt of bang bent. Je laat het aan de mensen in het ziekenhuis lezen als je dat nodig vindt, bijvoorbeeld voordat je een prik krijgt. Zij kunnen dan rekening houden met jouw wensen, zonder dat je het steeds weer hoeft te zeggen. De pedagogisch medewerker kan je hier meer over vertellen.

       

       

       

       

      Voor ouder(s): voorbereiding en begeleiding

       

      Hoe kunt u uw kind voorbereiden?

      Hieronder staan algemene adviezen. U kunt zelf inschatten
      wat bij uw kind past.
      • Kies een rustig moment voor de voorbereiding. Bijvoorbeeld niet vlak voor het slapen gaan. Zorg dat er tijd is voor uw kind om vragen te stellen.
      • Begin bij jonge kinderen niet te vroeg met voorbereiden. Ze hebben een ander tijdsbesef dan volwassenen. Jonge kinderen leven in het ‘hier en nu’? Een paar dagen van tevoren is meestal vroeg genoeg. Zorg wel dat er voldoende tijd is om er nog eens op terug te komen. Herhaling is belangrijk. Bij oudere kinderen kunt u wat eerder beginnen.
      • Laat uw kind de informatie navertellen aan uzelf of aan anderen. Zo merkt u of alles begrepen is.
       

      Wat verteld u en hoe?

      • Kies woorden die uw kind begrijpt. Vertel zo eenvoudig mogelijk. Sluit aan bij zijn/ haar belevingswereld.
      • Vraag wat uw kind al weet over het onderzoek.
      • Leg geen nadruk op nare dingen, maar vertel er wel eerlijk over.
      • Vertel alleen over wat uw kind bewust meemaakt tijdens het onderzoek. Dus wat het ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft.

       

      Hoe kunt u uw kind begeleiden?

      Ga met uw kind mee naar het onderzoek. Of vraag een ander vertrouwd persoon om mee te gaan. Dat geeft steun en veiligheid. U kunt voor afleiding zorgen. Bespreek thuis al hoe u dat het beste kunt doen. Neem een lievelingsspeelgoed, een knuffel, (voor) leesboek of mobiele telefoon mee om muziek te luisteren of spelletjes te doen. U mag verwachten dat wij tijdens het onderzoek duidelijk vertellen wat er gebeurd. Stel gerust vragen als u of uw kind iets niet begrijpt.

      Een goede voorbereiding zorgt voor minder spanning en onverwachte situaties. Toch kan uw kind zich anders gedragen dan u verwacht, of gewend bent . Uw kind kan stil worden, of juist druk, of huilerig. Thuis of tijdens het onderzoek. Geef hier aandacht aan en maak het bespreekbaar. Uw kind voelt zich daardoor gesteund.

       

      Wil je meer weten?

      Kijk dan op:
      www.stjansdalkids.nl
      www.stjansdal.nl
      www.jadokterneedokter.nl
      www.kindenziekenhuis.nl

       

      Heb je nog vragen?

      Schrijf ze op, dan kun je ze niet vergeten.
      Telefoonnummer van de kinder- en tienerafdeling is:  (0341) 463623

       

       

       

       

       

       

       

      Informatie voor jongeren vanaf 12 jaar

      Een opname in het ziekenhuis kan vervelend zijn. Je krijgt te maken met verschillende artsen, assistenten en verpleegkundigen. Je hoort ook allerlei medische termen. Wij willen je zo goed mogelijk informatie geven over de opname. Lees daarom deze folder goed door. Als je weet wat er gaat gebeuren of hoe de dingen gaan, ben je meestal minder zenuwachtig. Je ouder(s) lezen deze folder ook. Vraag of ze kunnen uitleggen wat je niet snapt.
       

      Ben je ouder dan 12 jaar?

      Dan moet de dokter ook aan jou vragen of je het goed vindt wat hij/zij gaat doen. Jij en je ouder(s) moeten allebei toestemming geven voor een behandeling of onderzoek. Als jij en je ouder(s) het niet met elkaar eens zijn, dan zal de arts met jullie in gesprek gaan om te kijken of jullie tot een gezamenlijke overeenstemming kunnen komen. Als dit niet lukt zal gekeken worden door de arts of de onderzoeken en behandelingen uitgesteld kunnen worden tot na je 16e levensjaar. Wanneer de behandeling of onderzoek niet kan worden uitgesteld, beoordeelt de arts of jij voldoende in staat bent de beslissing zelf te nemen. Dat neemt de arts mee in zijn uiteindelijke besluit. Lees er meer over op:
      www.jadokterneedokter.nl
       

      Ben je 16 jaar of ouder?

      Dan beslis je zelf. Alleen jouw toestemming is nodig. De arts mag informatie alleen met jouw toestemming geven aan je ouder(s). Het advies is wel om je ouder(s) te betrekken bij de besluiten die je neemt, omdat een keuze soms moeilijk is en grote gevolgen kan hebben. Lees er meer over op:
      www.jadokterneedokter.nl

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer