l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal receptie (alle locaties)

(Let op! Wegens drukte aan de telefoon, graag alleen bellen bij dringende zaken)

0341 - 463911

Afsprakenbureau 

0341 - 463890

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

VlagB
Folders

Botox, poli urologie

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Botoxinjecties bij overactieve blaas

      In overleg met uw uroloog is gekozen voor behandeling van uw overactieve blaas met behulp van botoxinjecties in de blaaswand. In deze folder vindt u informatie over deze behandeling.

       

      Overactieve blaas

      Met een overactieve blaas bedoelen we een blaas die bij een kleine vulling al een signaal geeft dat hij vol is. De blaasspier kan dan plotseling samenknijpen. U moet daardoor vaak en/of ineens plassen en lukt het u vaak niet goed de plas op te houden. Hierdoor kan urine incontinentie optreden. Er zijn diverse behandelingen voor een overactieve blaas; bekkenfysiotherapie, medicijnen, neuromodulatie (SANS of PTNS) of botoxinjecties.

       

      Wat is botox?

      Botox zorgt ervoor dat de spieren zich minder onwillekeurig samentrekken. De blaasspier verslapt zich, waardoor u minder aandrang voelt om te plassen. Ook het verlies van urine komt minder vaak voor.

       

      Behandeling

      Voor het juiste effect moet botox direct in de blaasspier gespoten (geïnjecteerd) worden. De botox wordt ingespoten op 20 plaatsen in de blaas. De uroloog gaat met een speciale kijkbuis (cystoscoop) de blaas in. Door de kijkbuis kan een lange injectienaald worden ingebracht. Op deze manier kan er op de juiste plaats geprikt worden. Op elk van die 20 plaatsen wordt een zeer kleine hoeveelheid botox geïnjecteerd. Soms kiest de uroloog voor de helft van de injecties.

       

      De ingreep kan plaatsvinden op de POK (= poliklinische operatie kamer) of op de OK (operatie kamer). Uw uroloog heeft dit met u besproken. Leest u hieronder de informatie die voor u van toepassing is.

       

      Behandeling op POK

      Voorbereiding:

      U heeft een recept voor antibiotica meegekregen van de polikliniek urologie. Het is een recept voor twee tabletten Norfloxacine 400 mg. Neem op de dag van de ingreep 's ochtends het ene tablet en 's avonds de andere.

       

      Ingreep:

      Deze ingreep vindt plaats in dagopname. Dit houdt in dat u dezelfde dag weer naar huis mag.

       

      Omdat de injecties gevoelig kunnen zijn, krijgt u een plaatselijke verdoving. Dit is een verdovende spoeling. Deze spoelvloeistof wordt een half uur voor de ingreep ingebracht in uw blaas. Dit gebeurt met behulp van een dun slangetje (een katheter). Het slangetje gaat er daarna gelijk weer uit. Daarna wordt u naar de poliklinische operatiekamer gebracht. Daar vindt de behandeling plaats. In totaal duurt de behandeling ongeveer 20 minuten.

       

      Na de ingreep:

      U wordt teruggebracht naar de afdeling. Daar controleert de verpleegkundige of u kunt plassen en of u goed leeg plast (dit doen we m.b.v. een echo).

      Als u zich goed voelt mag u daarna naar huis.

       

      Behandeling op OK

      Voorbereiding:

      Deze ingreep vindt plaats onder verdoving (ruggenprik of algehele anesthesie). Er vindt vooraf een gesprek plaats met de anesthesist. Deze afspraak wordt gemaakt door de assistente van de uroloog.

       

      Ingreep:

      Deze ingreep vindt plaats in de operatiekamer, in dagopname. Dit houdt in dat u dezelfde dag weer naar huis kunt.

       

      De verpleegkundige van de afdeling brengt u naar de operatiekamer, waar u de ruggenprik of de algehele anesthesie krijgt. Vervolgens vindt de behandeling plaats.

      In totaal duurt de behandeling ongeveer 20 minuten.

       

      Na de ingreep:

      U wordt teruggebracht naar de afdeling. Daar controleert de verpleegkundige of u kunt plassen en of u goed leeg plast (dit doen we m.b.v. een echo).

      Als u zich goed voelt mag u daarna naar huis.

       

      Wat kunt u van de ingreep verwachten?

      Plassen

      • De eerste uren na de ingreep kunt u een branderig gevoel hebben bij het plassen en het gevoel hebben vaker te moeten plassen.
      • De eerste dagen na de ingreep kan er wat bloed bij de urine zitten.
      • Het is belangrijk dat u na de ingreep wat extra drinkt.

       

      Autorijden

      • Na de ingreep mag u niet zelf autorijden.

       

      Effect

      • Het effect is na ongeveer drie dagen te merken.
      • Het effect duurt gemiddeld zes tot twaalf maanden
      • Soms is het effect van de botox zo goed dat het niet meer mogelijk is de blaas goed leeg te plassen. Soms is dan nodig om de blaas een paar keer per dag met een katheter te legen. Dit kan u aangeleerd worden om thuis zelf te doen.

       

      Urineweginfectie

      • Na de ingreep is er kans op een urineweginfectie.

       

      Complicaties

      Neem contact op met de polikliniek urologie bij:

      • Plotseling hevige of aanhoudende buikpijn.
      • Bij hevig bloedverlies en/ of het plassen van bloedstolsels.
      • Als u plotseling niet meer kunt plassen of het gevoel heeft dat u niet goed kunt uitplassen.
      • Als u koorts heeft boven 38,5 °C.

       

      Bloedverdunning

      Bloedverdunners wel of niet stoppen?

      Als u bloedverdunners gebruikt via de trombosedienst, dan moet u hier voor de ingreep mee stoppen. Dit geldt voor de volgende medicijnen:

      • Acenocoumarol: stop drie dagen voor de ingreep
      • Fenprocoumon (Marcoumar®): stop vijf dagen voor de ingreep

      Bel van tevoren met de trombosedienst om door te geven welke ingreep u krijgt. Zij kunnen u vertellen of u tijdelijk een ander middel moet gebruiken. Dit gaat dan meestal om spuitjes met heparine.

       

      Voor de andere bloedverdunners geldt het volgende:

      • Slikt u alleen acetylsalicylzuur of carbasalaat calcium (Ascal®)? Deze mag u blijven gebruiken.
      • Slikt u acetylsalicylzuur of carbasalaat calcium (Ascal®) èn een andere bloedverdunner? Stop dan zeven dagen voor de ingreep met de andere bloedverdunner.
      • Slikt u Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran (Pradaxa®) òf Apixaban (Eliquis®) òf Edoxaban (Lixiana®)? Stop dan 24 uur voor de ingreep met dit middel.
      • Slikt u alleen persantin òf plavix? Bel dan met de polikliniek urologie. De uroloog kan u vertellen of u uw medicijnen mag blijven innemen.

       

      Bloedprikken

      Alleen als u bent gestopt met acenocoumarol of fenprocoumon (marcoumar®) moet u voor de ingreep bloed laten prikken. Zo kan de uroloog nakijken of uw bloed weer dik genoeg is.
      Dit is belangrijk, anders verliest u teveel bloed bij de ingreep.

      Als u bent gestopt met een andere bloedverdunner is bloedprikken niet nodig.

       

      U heeft een aanvraagformulier nodig om bloed te kunnen prikken. Dit formulier heeft u meegekregen van de polikliniek urologie.

      De dag van de ingreep gaat u eerst naar de bloedafname. Deze afdeling vindt u in de centrale hal van ziekenhuis St Jansdal. Naast de balie staat een apparaat waar u een nummer kunt trekken. Druk op de knop “cito” om een nummertje te trekken. U hoeft dan niet lang te wachten en de uitslag is snel bekend.

       

      Herstarten

      Ben u gestopt met Rivaroxaban (Xarelto®), Dabigatran (Pradaxa®), Apixaban (Eliquis®) òf Edoxaban (Lixiana®)? Dan mag u deze 24 uur na de ingreep weer innemen.

      Bent u gestopt met een andere bloedverdunner? Overleg dan met de uroloog wanneer u deze medicijnen weer mag gaan gebruiken.

       

      Als u nog veel bloed in de urine heeft, moet u ons eerst bellen. Bel dan met de polikliniek urologie voordat u de bloedverdunnende medicijnen weer gaat gebruiken.

       

      Tot slot

      Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw uroloog. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u ons bellen. Bel dan met de polikliniek urologie, (0341) 463558.

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer
      Geprint op 5-4-2020