l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Boezemfibrilleren

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      Er is bij u recent boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren) vastgesteld of u bent er al langer mee bekend. In deze folder vindt u uitleg over atriumfibrilleren, de behandeling en de verschillende antistollingsmiddelen.

       

      Wat is boezemfibrilleren?

      Boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) is een hartritmestoornis (aritmie) waarbij in de boezems (atria, voorkamers) snelle onregelmatige impulsen ontstaan. Veel van deze impulsen, maar niet allemaal, bereiken de hartkamers. Meestal is hierdoor de hartslag tijdens boezemfibrilleren onregelmatig en snel, maar soms juist langzaam. Boezemfibrilleren is een van de meest voorkomende hartritmestoornissen.


      illustratie: het hart
       

       

      Wat gebeurt er bij een normaal ritme?

      Bij elke normale hartslag trekken eerst de boezems samen (linker en rechteratrium), gevolgd door de beide kamers. Deze actie wordt gecoördineerd door het elektrische systeem van het hart. Normaal gesproken ontstaat de elektrische activatie van het hart met regelmaat. Bij elke hartslag start er een elektrische impuls in de sinusknoop (in de rechterboezem). Deze impuls verspreidt zich door de boezems en stimuleert de boezems tot samentrekking (contractie). Vervolgens pauzeert de impuls in een tussenstation, de AV-knoop (atrioventriculaire knoop). Daarna loopt de impuls door de kamers en stimuleert deze tot samentrekken om hierdoor het bloed uit het hart te pompen.

      Wanneer bij een patiënt het normale sinusritme overgaat in boezemfibrilleren gaat de ordelijke activatie van de boezems verloren. Tijdens boezemfibrilleren verspreiden verschillende elektrische impulsen zich door de boezems en verdringen zich voor de AV-knoop (tussen boezems en kamers) om doorgelaten te worden. Het aantal boezemimpulsen kan variëren van 300 tot 600 per minuut. Gelukkig beperkt de AV-knoop het aantal impulsen dat doorgelaten wordt naar de kamers, zodat de polsslag meestal lager is dan 150 per minuut. De doelmatigheid van de pompfunctie kan hierdoor echter afnemen.

       

      Wat veroorzaakt boezemfibrilleren?

      De meest voorkomende oorzaken van boezemfibrilleren zijn hoge bloeddruk (hypertensie) en hartklepafwijkingen. Andere oorzaken zijn afwijkingen aan de kransslagaders, chronische longziekten, hartspierziekten, aangeboren hartafwijkingen en longembolie. Minder vaak voorkomend zijn een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) en ontsteking van het hartzakje (pericarditis). In veel gevallen wordt echter geen hartafwijking gevonden. Boezemfibrilleren kan voorkomen bij gezonde harten onder invloed van alcohol, stress, drugs, caffeïne, electrolietstoornissen, stofwisselingsstoornissen en infecties. Met toenemende leeftijd neemt de kans op boezemfibrilleren toe, met name na het zeventigste jaar.

       

      Hoe wordt de diagnose gesteld?

      Een gemakkelijke en betrouwbare methode om deze ritmestoornis vast te stellen is het maken van een electrocardiogram (ecg). Wanneer het boezemfibrilleren slechts aanvalsgewijs optreedt, kan een ecg tussendoor volledig normaal zijn. Soms is het zinvol een 24uurs-ecg (of holter) te dragen om een episode te registreren.
       

      Wat zijn de risico’s van boezemfibrilleren?

      De kans op een beroerte is bij patiënten met boezemfibrilleren ongeveer vijf maal hoger dan in een gezonde groep. Omdat de boezems niet geordend samentrekken, stroomt het bloed er niet zo snel doorheen. Dit maakt de kans op vorming van stolsels groter. Als het stolsel los schiet, kan dit terecht komen in de hersenen, resulterend in een beroerte. Ook komt het voor dat stolsels wegschieten (emboliseren) naar ander organen, zoals nieren, hart en darmen. Patiënten met boezemfibrilleren zonder bijkomende hartziekten of risicofactoren voor stolselvorming hebben een minder groot risico om een beroerte te krijgen. Lang bestaand boezemfibrilleren met een snelle hartactie kan de hartspier verzwakken, waardoor pompfalen optreedt.
       

      Wat zijn de symptomen van boezemfibrilleren?

      Niet iedereen met boezemfibrilleren ervaart dezelfde symptomen. Sommige patiënten hebben al jaren boezemfibrilleren zonder er iets van te merken. Mogelijke symptomen zijn:

      • hartkloppingen: plotseling bonzen, fladderen of rammelen in de borst
      • duizeligheid: een licht gevoel in het hoofd
      • pijn op borst: een naar gevoel op de borst, pijn, druk of alleen een vervelend gevoel
      • kortademigheid: snel lucht tekort komen in verhouding tot de verrichte inspanning
      • verminderd inspanningsvermogen

       

      Welke behandelingsmogelijkheden zijn er?

      De behandeling van boezemfibrilleren is afhankelijk van een aantal factoren.
      Is er sprake van onderliggende oorzaak zoals bijvoorbeeld schildkierafwijking of een hoge bloeddruk dan zal deze ook moeten worden behandeld.
      Het is ook afhankelijk van of u klachten van het boezemfibrilleren hebt of is deze bij toeval ontdekt. En bij iedereen zal gekeken worden naar het risico op stolselvorming.
       

      Ritmecontrole
      Bij ritmecontrole wordt er gestreefd naar het herstel en behoud van een regelmatig hartritme (sinusritme). Dit wordt gedaan middels toediening van medicatie (tabletten of via de bloedbaan) of met een elektrische schok (elektrische cardioversie). Na een geslaagde cardioversie wordt met medicatie geprobeerd het regelmatige ritme te behouden.
       

      Cardioversie
      Om het hartritme te herstellen kan er in bepaalde omstandigheden gekozen worden voor een cardioversie. U wordt voor deze behandeling een aantal uren opgenomen. Tijdens een kortdurende narcose van ongeveer vijf minuten wordt er een stroomschok toegediend, waardoor het hartritme weer normaal kan worden. De verpleegkundig specialist/physician assistent geeft u hierover verdere uitleg en een informatiefolder.
       

      Frequentiecontrole
      Bij frequentiecontrole wordt het onregelmatige hartritme (boezemfibrilleren) geaccepteerd. Zo nodig wordt met medicatie de hartfrequentie gereguleerd.
       

      Ablatie
      Deze behandeling wordt toegepast als de ritmestoornis niet onder controle te krijgen is met medicijnen. Het kan dus zijn dat de ritmestoornis te vaak voorkomt of continu aanwezig is en veel klachten veroorzaakt. Of dat de hartfrequentie te hoog is ondanks medicatie. Het zieke weefsel dat de hartritmestoornis veroorzaakt wordt tijdens deze behandeling weggebrand en wordt uitgevoerd door een electrofysioloog. Voor deze behandeling wordt u een dag opgenomen in een speciaal centrum. Meestal een academisch ziekenhuis.
       

      Antistollingsmiddelen
      Antistollingsmiddelen zijn medicijnen die de stolling van het bloed verminderen of vertragen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd. Dit is eigenlijk geen juiste naam. Het bloed wordt niet dunner, maar het stolt minder snel. Bloedstolling is een ingewikkeld proces dat op veel manieren kan worden beïnvloed. Daartoe zijn verschillende medicijnen ontwikkeld. Welk middel iemand het beste kan gebruiken, hangt af van de aandoening, waarom antistolling nodig is en hoe krachtig de antistolling moet zijn. Antistolling gaat om het vinden van een evenwicht. De ene kant is het verminderen van de stolling om trombose te voorkomen; de andere kant is het voorkomen van te veel antistolling, waardoor ongewenste bloedingen ontstaan.
       

      Klassieke behandeling of NOAC.
      Voorheen werden er bij atriumfibrilleren klassieke antistollingsmiddelen voorgeschreven zoals Acenocoumarol (Sintrom mitis) of Fenprocoumon (Marcoumar). Deze antistollingsmiddelen moeten door de Trombosedienst gecontroleerd worden, omdat de antistolling wisselend is. Dit kan bijvoorbeeld komen door het gelijktijdig gebruik van andere medicijnen en door het eten van bepaalde voedingsmiddelen. Aan de hand van de INR-waarde wordt een dosering van deze medicijnen voor een bepaalde periode voorgeschreven. De spiegels van deze medicijnen zijn niet stabiel, ze schommelen. Tegenwoordig zijn er nieuwe antistollingsmiddelen ook wel NOAC (Nieuwe Orale AntiCoagulantia) genoemd.

       

      Voordelen van een NOAC:

      • Bij het gebruik van een NOAC hoeft er geen controle van de bloedstolling plaats te vinden, er vindt dus geen controle plaats door de Trombosedienst omdat de spiegels stabiel zijn.
      • Elke dag wordt er een vaste dosering van de medicatie ingenomen.
      • In een aantal grote onderzoeken is aangetoond dat het gebruik van een NOAC, beter of minstens net zo goed als de klassieke antistollingsmiddelen.
      • Ook is er een minder kans op een hersenbloeding ten opzichte van de klassieke antistollingsmiddelen.
      • Kortwerkend
      • Hoge mate van zelfredzaamheid patiënten
      • Geen interactie met voeding

       

      Nadelen van een NOAC:

      • Bijwerkingen, er kunnen onder andere buikklachten optreden, dit is meestal in combinatie met andere medicijnen.
      • Daarnaast kunnen er bloedingen optreden. De kans op een bloeding is echter klein en kleiner dan de kans op een stolseltje als u geen antistollingsmiddelen gebruikt. Dit geldt  ook voor de klassieke antistollingsmiddelen.
      • De kans op een kleine bloeding in maag en darm is wel wat groter in vergelijking met de klassieke middelen.
      • Een ander nadeel is dat er bij een aantal nieuwe middelen geen direct middel is om de werking van de medicatie ongedaan te maken. Dit is er bij de klassieke middelen wel, maar dit werkt traag. Bij grote/gevaarlijke bloedingen zijn er middelen die kunnen worden gegeven om de antistolling direct op te heffen.

       

      NOAC’s zijn o.a.:
      Apixaban (Eliquis)
      Dabigatran (Pradaxa)
      Edoxaban (Lixiana)
      Rivaroxaban (Xarelto)
       

      Aandachtspunten
       

      Therapietrouw
      Het is van belang dat u elke dag uw tabletten inneemt. Als u een tablet vergeet, neemt het risico op trombose al toe, omdat een NOAC kortwerkend is. Ook als de klachten van het atriumfibrilleren zijn verdwenen is het van belang dat u doorgaat met de medicatie. Stop nooit de NOAC zonder eerst te overleggen met uw cardioloog, verpleegkundig specialist of huisarts.
       

      Meer informatie

      Websites
      Meer informatie over Ziekenhuis St Jansdal en de verschillende onderzoeken, ziektebeelden en behandelingen kunt u vinden op onze website www.stjansdal.nl.

      www.boezemfibrilleren.nl is het online platform voor mensen met boezemfibrilleren en hun omgeving. U vindt op de website ontwikkelingen en behandelmogelijkheden.
       

      Patiëntenorganisaties
      Nederlandse Hartstichting
      Gratis informatielijn: (0900) 300 300 (maandag t/m vrijdag van 8.30-17.00 uur)
      www.hartstichting.nl

       

      Hart- en Vaatgroep
      Patiëntenorganisatie voor informatie, lotgenotencontact, leefstijlmanagement en collectieve belangenbehartiging.
      Tel. (088) 111 16 00

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer