l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Als ouder niet meer samen zijn

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Waarover gaat deze folder?

      Uw kind bezoekt binnenkort of is onder behandeling in ziekenhuis St Jansdal. Deze folder is bedoeld voor ouders die gescheiden zijn. De bedoeling is om u te informeren over wettelijk vastgelegde rechten en plichten van gescheiden ouders. Ook vermelden wij hoe hulpverleners moeten handelen als ouders van het kind dat zij behandelen, niet meer samen zijn.
       

      Werkwijze hulpverleners

      Bezoek polikliniek en opname in het ziekenhuis

      Bij een eerste bezoek aan het ziekenhuis wordt meestal gevraagd naar de gezinssituatie (aantal kinderen, burgerlijke staat etc.). Naast het feit dat dit gegeven vaak belangrijk is in het kader van de klacht, is het ook belangrijk om te weten hoe het ouderlijk gezag geregeld is. Wij hopen dan ook dat ouders samen het ziekenhuis bezoeken. Mocht dit niet mogelijk zijn dan gaan wij ervan uit dat ouders elkaar informeren over de gezondheidstoestand van hun kind. Ook als het kind wordt opgenomen zal de informatievoorziening tussen ouders onderling moeten plaatsvinden.

       

      Rol van ouders

      Ouders hebben een belangrijke rol

      De problemen waarvoor kinderen in het ziekenhuis komen, kunnen behoorlijk ingrijpend zijn. Ze kunnen dan ook erg opzien tegen het polikliniekbezoek, de eventuele onderzoeken en noodzakelijke opnames in het ziekenhuis.
      Ouders hebben een belangrijke rol in het opvangen en ondersteunen van hun kind. Tijdens het ziekenhuisbezoek moeten er samen met de specialist soms beslissingen genomen worden over de medische zorg voor uw kind.
      Voor een goed verloop van de zorg is het belangrijk dat beide ouders instemmen met de behandeling en waar mogelijk betrokken worden bij de geboden zorg. Het is fijn als beide ouders daarom ook mee kunnen komen naar het poliklinische bezoek, zodat er een goede onderlinge afstemming kan plaatsvinden.

       

      Regelingen met betrekking tot het gezag (www.rijksoverheid.nl)

      Gezamenlijk ouderlijk gezag bij huwelijk

      Ouders krijgen automatisch gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen die zij tijdens het huwelijk krijgen of adopteren. De man is ook automatisch de wettelijke vader, hij hoeft hiervoor het kind niet te erkennen, ook als de vader niet de biologische vader is van het kind. Als ouders na de geboorte van hun kind trouwen, krijgen zij ook automatisch gezamenlijk ouderlijk gezag. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat de vader het kind heeft erkend.

      Gezamenlijk ouderlijk gezag wil zeggen dat u allebei de verantwoordelijkheid draagt voor het welbevinden van uw kind. U heeft beiden ook zeggenschap over de behandeling van uw kind onder de 16 jaar. De rechtbank kan het gezag ook aan één ouder toewijzen, dit is echter een uitzondering op de regel.
       

      Gezamenlijk ouderlijk gezag bij geregistreerd partnerschap

      Ouders krijgen automatisch gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen die zij tijdens hun geregistreerd partnerschap krijgen of adopteren. Om ook de wettelijke vader te worden, moet de man het kind wel erkennen. Dit is niet automatisch geregeld zoals bij het huwelijk. Ouders krijgen ook automatisch gezamenlijk ouderlijk gezag als zij na de geboorte van hun kind een geregistreerd partnerschap aangaan, maar alleen als de vader het kind heeft erkend.
       

      Het ouderlijk gezag zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap

      Wanneer ouders niet met elkaar getrouwd zijn en ook geen geregistreerd partnerschap hebben, krijgen zij niet automatisch het gezamenlijk ouderlijk gezag. Alleen de moeder heeft het gezag. Wanneer u samen het gezag wilt uitoefenen, moet u een verzoek indienen bij de rechtbank. Voorwaarde hierbij is dat de vader het kind heeft erkend.
       

      Regeling van het gezag bij overige samenlevingsvormen

      Meer informatie over het toekennen van het gezag bij andere samenlevingsvormen kunt u vinden op de website van de rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl).
       

      Als ouders niet meer samen zijn

      Nu kan het zijn dat u als ouders niet meer samen bent vanwege een (aanstaande) scheiding of relatieproblemen. Mogelijk is er tussen u beiden geen of weinig contact meer of verloopt dit moeizaam. Voor de behandeling van uw kind is het echter belangrijk dat er overleg en samenwerking is.
       

      Wat zijn uw rechten en plichten?

      In de wet is geregeld wat uw rechten en plichten zijn als ouders na een scheiding. We zetten ze voor u op een rijtje.

       

      1. Ouderlijk gezag na echtscheiding

      Tenzij door de rechtbank anders is besloten, houden beide ouders na echtscheiding doorgaans het ouderlijk gezag. Dit betekent dat u beiden het recht en de plicht houdt om uw kind op te voeden en te verzorgen. U blijft allebei verantwoordelijk voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van uw kind. U blijft beiden de wettelijk vertegenwoordiger en u heeft beiden recht op informatie.
       

      2. Bent u de ouder die de dagelijkse zorg heeft voor het kind?

      In dat geval heeft u de plicht om de andere ouder op de hoogte te stellen van belangrijke zaken over het kind en advies te vragen over te nemen beslissingen. Zo nodig kunt u hiervoor een tussenpersoon inschakelen. Als u vindt dat het geven van informatie aan de andere ouder uw kind kan schaden, dan kunt u de rechter vragen u van deze plicht te ontslaan.
       

      3. Toestemming behandeling

      In het kader van het slagen van een behandeling is het belangrijk dat de specialist en beide ouders overeenstemming hebben over de behandeling. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) gaat uit van vaste leeftijdsgrenzen:

      • Minderjarigen tot twaalf jaar
      • Minderjarigen tussen twaalf jaar en zestien jaar
      • Minderjarigen vanaf zestien jaar

       

      Minderjarigen tot twaalf jaar
      Voor de behandeling van uw kind onder de twaalf jaar is in beginsel toestemming nodig van beide gezagdragende ouders of de voogd. Het belang van het kind kan echter meebrengen dat de dubbele toestemming niet te strikt kan worden gehanteerd. In sommige gevallen mag de hulpverlener er van uitgaan dat beide ouders toestemming hebben gegeven voor de behandeling, terwijl zich maar één ouder (met het kind) tot de arts heeft gewend. Het gaat dan met name om behandelingen die van niet-ingrijpende aard zijn. Het belang van het kind staat voorop bij de vraag of de toestemming van de ouders moet worden gevraagd.

       

      Bij kinderen jonger dan twaalf jaar vertegenwoordigen de ouders of voogd het kind en nemen voor hem de patiëntenrechten waar. Het jongere kind moet ook zelf geïnformeerd worden “op zodanige wijze als past bij zijn bevattingsvermogen”.
       

      De uitoefening van de vertegenwoordigingsbevoegdheid moet verenigbaar zijn met de zorg van een goed hulpverlener jegens het kind. In principe beslissen de vertegenwoordigers, maar de hulpverlener houdt een eigen verantwoordelijkheid jegens de patiënt/het jongere kind.
       

      Minderjarigen tussen twaalf en zestien jaar

      Bij de behandeling van jongeren in de leeftijdsgroep 12 tot en met 16 jaar geldt als hoofdregel dat voor een onderzoek of behandeling dubbele toestemming vereist is: die van de ouders en die van de jongere zelf. Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen, in die gevallen kan op verzoek van de minderjarige worden volstaan met zijn toestemming:

      1. De eerste uitzondering bestaat wanneer de jongere toestemming geeft voor een behandeling welke nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Als de jongere in deze situatie niet wil dat zijn ouders worden ingelicht, dan hoeft dat ook niet te gebeuren. Deze situatie kan bijvoorbeeld bestaan bij de behandeling van een geslachtsziekte of het geven van een vaccinatie.
      2. De tweede uitzondering bestaat wanneer de jongere weloverwogen behandeld wil worden, terwijl zijn ouders toestemming weigeren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een abortus provocatus of een vaccinatie. Bij deze uitzondering vindt wel overleg plaats met de ouders of voogden. De hulpverlener mag een eventuele weigering van de ouders in dat geval naast zich neerleggen. Een hulpverlener doet er verstandig aan in situaties als deze een verslag van het overleg met de jongere en de ouders vast te leggen in het dossier.

      De hulpverlener behoort de minderjarige volledig te informeren en dient de informatie aan te passen aan het bevattingsvermogen van de minderjarige.

       

      Let op: de ouders blijven echter verplicht in de kosten van verzorging en opvoeding te voorzien, dus ook in de hierboven genoemde uitzonderingsgevallen.
       

      Minderjarigen vanaf zestien jaar

      Bij kinderen boven de 16 jaar volstaat de toestemming van het kind. Aan hem komen alle patiëntenrechten toe en worden ouders in dit verband beschouwd als derden.
      In acute situaties mag de hulpverlener handelen zonder toestemming van de ouders. Dat wil zeggen dat zij/hij direct moet ingrijpen om nadelige gevolgen voor het kind te voorkomen.

      Een patiënt is aansprakelijk voor de betaling van de behandeling. De hulpverlener dient met de minderjarige te bespreken hoe een eventuele rekening wordt verzonden en betaald. In eerste instantie is de minderjarige aansprakelijk, de ouders blijven echter verplicht in de kosten van verzorging en opvoeding te voorzien.

      Voor meer gedetailleerde informatie over de wet WGBO verwijzen wij u naar de website www.jadokterneedokter.nl of naar de website van de KNMG (www.knmg.nl).
       

      Recht op informatie

      Recht op informatie als beide ouders gezagdragend zijn

      Als gezagdragende ouders heeft u beiden recht op informatie over de situatie van uw kind. Daarom is het belangrijk dat u, indien mogelijk, gezamenlijk het spreekuur bezoekt. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan bent u wettelijk verplicht om elkaar als ouders te informeren over de gezondheid van uw kind. Mocht de communicatie tussen u als ouders moeizaam verlopen, dan kunt u zich wenden tot de hulpverlener. De hulpverlener is verplicht u deze informatie te geven, tenzij zij/hij van mening is dat het geven van informatie in strijd is met het belang van uw kind. Het kan ook zijn dat het kind zelf nadrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen informatieverstrekking aan één  of beide ouder(s). Als een kind ouder is dan 12 jaar is het verlenen van toegang tot zijn gegevens aan zijn ouders niet toegestaan zonder de toestemming van het kind, zij het dat de hulpverlener rekening moet houden met de betrokkenheid van de ouder(s). De verschillende belangen worden in dat geval afgewogen door de hulpverlener.
       

      Recht op informatie als één ouder het gezag voert

      De rechter kan bij de echtscheiding het gezag aan één ouder toewijzen. De gezagdragende ouder is dan vertegenwoordiger. De ouder die niet (meer) met het gezag is belast, treedt niet (meer) op als vertegenwoordiger, beslist niet mee over de behandeling en heeft geen rechten die aan dat beslissingsrecht zijn gekoppeld (zoals het inzagerecht). De niet met het
      gezag belaste ouder heeft desgevraagd evenwel recht op informatie over belangrijke feiten en omstandigheden die het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen. Hiermee kan de niet met gezag belaste ouder zich, onafhankelijk van de gezagdragende ouder, een beeld vormen van de verzorging en opvoeding van het kind. Het recht op informatie van de niet met gezag belaste ouder omvat geen inzagerecht in het dossier. De hulpverlener mag zich beperken tot het geven van globale, feitelijke en belangrijke informatie (doelgericht). De hulpverlener verstrekt geen informatie als zij die informatie ook niet aan de met gezag belaste ouder zou verstrekken of als het belang van het kind zich tegen verschaffing van informatie verzet. Indien nodig kan de hulpverlener de gezagsverhouding nagaan in het gezagsregister. Bij gerede twijfel kan de hulpverlener u echter vragen of hij inzage mag krijgen in de wettelijke afspraken tussen u als ouders over het gezag, zoals vastgelegd bij de scheiding.

       

      Stiefouderschap

      Over het algemeen zijn er bij scheiding afspraken gemaakt over de rol van eventuele nieuwe stiefouders. Een stiefouder is alleen verplicht om bij te dragen in het levensonderhoud van uw kind, maar heeft juridisch gezien geen taak bij de behandeling en ook geen inspraak.
      U mag zich als gezaghebbende ouder wel laten begeleiden door uw nieuwe partner, maar een begeleider is geen beslisser. Wanneer een stiefouder actief bij behandelbeslissingen wordt betrokken, moeten beide wettelijk gezagdragende ouders hiervoor toestemming geven.
       

      Gezinsvoogdij

      Het kan zijn dat uw gezin wordt begeleid door een gezinsvoogd van bureau Jeugdzorg. Gezinsvoogden hebben wettelijk recht op informatie. Daardoor moeten ook artsen hen desgevraagd de noodzakelijke informatie geven. Zo nodig zonder toestemming van betrokkenen.
       

      Voogdij

      Gezinsvoogdij is anders dan voogdij: een voogd heeft op last van de rechter het ouderlijk gezag overgenomen. De voogd is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding en is wettelijk vertegenwoordiger van het kind en heeft dus recht op informatie over de situatie van het kind.
       

      Informatievoorziening aan ouders

      Zoals gezegd behouden meestal beide ouders het recht op informatie, tenzij anders besloten is door de rechtbank. Informatievoorziening aan ouders zal in beginsel niet via de telefoon geschieden, tenzij de specialist en de ouder daar duidelijke afspraken over hebben gemaakt. Als ziekenhuis kunnen wij niet beoordelen of wij daadwerkelijk met de desbetreffende ouder praten. De specialist kan in uitzonderingsgevallen afzien van informatieverstrekking aan ouders op grond van ‘goed hulpverlenerschap’, bijvoorbeeld als het kind daar uitdrukkelijk om vraagt of als het informeren van de ouders duidelijk in strijd is met het belang van het kind.
       

      Rapportage en inzage in dossier

      Van het polikliniekbezoek of opname wordt een verslag gemaakt in een dossier. Gezagdragende ouders hebben over het algemeen recht op inzage in het dossier. Als u inzage wilt in het dossier maakt u dat kenbaar bij de behandelend specialist. Indien gewenst kan een afspraak gemaakt worden met de behandelaar om gezamenlijk het dossier in te zien. Een kopie van het dossier is mogelijk tegen betaling van een financiële vergoeding.
       

      Bij conflict: denk aan mediation

      Het kan zijn dat (de hulpverlening aan) uw kind in de knel komt vanwege het conflict dat er tussen u als ouders bestaat. Als dit het geval is, adviseren wij u eerst mediation (bemiddeling) aan te vragen. Een bemiddelaar helpt u als ouders om samen, met respect voor elkaar, afspraken te maken. In de meeste gevallen komt dit de behandeling en het welbevinden van uw kind ten goede. Mediation leidt meestal tot snellere en betere oplossingen dan het starten van juridische procedures.
       

      Heeft u nog vragen ?

      In deze folder staat informatie over hulpverlening in situaties die erg gevoelig en gecompliceerd kunnen zijn. De bedoeling van deze informatie is om vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid te geven. Het kan zijn dat u na het lezen van de folder vragen heeft in verband met uw specifieke situatie. U kunt deze vragen voorleggen aan de hulpverlener.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer