l

Direct contact

Telefoonnummers

St Jansdal Harderwijk

0341 - 463911

St Jansdal Lelystad

0341 - 463590

Poli-Apotheek St Jansdal

0341 - 435858

Helpdesk MijnStjansdal (8.30 - 12 u)

0341 - 463700 

 

Medische hulp buiten kantoortijden

Bij levensbedreigende spoed

112

Harderwijk: Medicamus Spoedpost  

0900 - 341 0 341

Website: Medicamus Spoedpost

 

Lelystad: huisartsenpost Medrie  

0900 - 333 6 333

Website: Huisartenpost Lelystad

 

 

 

Voorbereiden_Op-Opname

Algemene informatie rond de operatie

Inhoud van dit artikel
    Inhoud van dit artikel

      Inleiding

      Deze folder geeft u enige algemene informatie wanneer u een operatie moet ondergaan. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

       

      Wat u mee moet nemen

      U wordt binnenkort in het ziekenhuis opgenomen voor een operatie. Meldt u op het afgesproken tijdstip bij de afdeling opname en breng met u mee:

      • uw patiëntenpas
      • naam en telefoonnummer van een contactpersoon
      • een bewijs van inschrijving bij uw ziektekostenverzekeraar
      • Toiletgerei
      • nachtkleding en extra ondergoed
      • een kamerjas
      • pantoffels of slippers
      • een wijde rok of broek bij een knie- of beenbehandeling
      • een wijde trui bij een behandeling aan de arm; u krijgt na de behandeling misschien een dik verband
      • eventuele dieetvoorschriften
      • een lenzendoosje als u contactlenzen draagt
      • wat kleingeld
      • iets waar u de tijd mee kunt doorbrengen, bijvoorbeeld een tijdschrift of boek

       

      Wat u niet moet meenemen

      Waardevolle zaken, zoals sieraden, cheques, bank- en giropasjes en grote geldbedragen. Laat deze bij voorkeur thuis. Het ziekenhuis is niet aansprakelijk in geval van diefstal of verlies van eigendommen van patiënten.

       

      Medicijnen

      Maak voor uw opname een lijst met daarop de namen en de dosering van de geneesmiddelen die u op dat ogenblik gebruikt en neem deze lijst mee! Tijdens uw verblijf worden alle geneesmiddelen door het ziekenhuis verstrekt. De geneesmiddelen van het ziekenhuis kunnen er qua vorm en kleur anders uitzien dan de geneesmiddelen die u thuis gebruikt. De uitwerking is echter dezelfde. Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet vaak één dag of een aantal dagen voor de operatie gestaakt worden. Dit moet echter altijd gebeuren in overleg met een arts. Meldt daarom het gebruik van bloedverdunners altijd aan degene die de operatie uitvoert. Indien u op aanraden van uw arts moet stoppen met de bloedverdunners en u bent onder behandeling bij een trombosedienst, dient u contact op te nemen met de trombosedienst binnen uw regio.

       

      Overgevoeligheid / allergie

      Als u overgevoelig bent voor bepaalde stoffen - bijvoorbeeld voor etenswaren, pleisters, medicijnen of jodium - dan moet u dat doorgeven op de afdeling aan de verpleegkundige en de arts.

       

      Contactpersoon

      Het is raadzaam een contactpersoon aan te wijzen voor u opgenomen wordt. Uw contactpersoon onderhoudt het contact tussen de verpleging enerzijds en familie en bekenden anderzijds. De medewerkers mogen alleen informatie verstrekken aan deze door u aangewezen contactpersoon. Geeft u vooral zijn of haar telefoonnummer door.
       

      De voorbereiding op de operatie

      Voor een operatie hebben wij uw toestemming nodig. Over de regelgeving hierover is een folder beschikbaar: ‘Patiëntenrechten, recht op informatie en toestemmingsvereiste’.

      Vanaf vijf uur voor aanvang van de operatie mag u niet meer eten. Een lege maag voorkomt overgeven en verslikken tijdens de narcose. Drinken mag wel, tot één uur voor de operatie.

      Volwassenen krijgen bij opname van de verpleegkundige een injectie om trombose te voorkomen. Na de operatie wordt deze injectie iedere dag gegeven totdat u weer goed kunt rondlopen. Denkt u moeilijk in te kunnen slapen, vraag dan aan de verpleegkundige of de anesthesist een slaapmiddel. Een kunstgebit en contactlenzen moet u uitdoen, evenals een horloge en sieraden. Nagellak en make-up moet u verwijderen. Tijdens de operatie kan de anesthesist onder andere aan de natuurlijke kleur van uw huid aflezen hoe het met u is gesteld.
      Vlak voordat u naar de operatieafdeling gaat wordt u gevraagd een operatiehemd aan te doen. Vervolgens kan het zijn dat u van de verpleegkundige een tablet krijgt of een injectie in het been met een kalmerend middel. Dit dient ter voorbereiding op de verdoving. Hiervan kunt u een slaperig gevoel en een droge mond krijgen.
       

      Het tijdstip van de operatie

      De arts of verpleegkundige kan nooit met zekerheid zeggen wanneer u aan de beurt bent. Operaties duren soms langer dan verwacht. Tevens kunnen er spoedoperaties tussendoor komen. Hierdoor wordt u soms later geholpen dan aanvankelijk de bedoeling was.
       

      Mogelijke complicaties van de operatie

      Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Die kunnen in ernst wisselen, afhankelijk van de grootte en soort van operatie en uw conditie. Zij kunnen klein en hinderlijk zijn, maar zijn soms ook ernstig. In de folder over uw ingreep staat  hierover meer informatie.

       

      Hoe kunt u zelf meewerken aan het herstel? Stop met roken!

       

       

      Voor de longen is het uitermate belangrijk dat u de eerste dagen na de operatie regelmatig, bijvoorbeeld een keer per kwartier, diep ademhaalt. Merkt u dat er slijm in de longen zit, dan is het van belang dit goed op te hoesten.


      Het is belangrijk dat u al snel na de operatie weer in beweging komt. Dit is goed voor de bloedcirculatie en de spijsvertering. Wanneer de chirurg geen bezwaar heeft, zijn zelfs bewegingen in bed, zoals omdraaien en rechtop gaan zitten, goed voor het herstel.

      Wilt u gaan zitten dan is het van belang de wond te ontzien. Draai daarom (als u een buikoperatie hebt ondergaan) eerst op uw zij en duw daarna met de armen het bovenlichaam omhoog. Indien u niet in dagopname bent behandeld dan helpt de verpleegkundige u ‘s avonds na de operatie om uit bed te komen en op een stoel te zitten. Op de tweede dag loopt u met de verpleegkundige enkele passen door de kamer. Zodra u weer voldoende beweegt zijn de injecties tegen trombose niet meer nodig en kunt u ook weer douchen. Bovenstaande is uiteraard afhankelijk van het soort operatie dat u hebt ondergaan.

       

      Vragen

      Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

      Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling, waar de behandeling plaats moet vinden.

      Heeft u na uw bezoek aan het ziekenhuis vragen?

      • De eerste vijf dagen na het bezoek kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer van het ziekenhuis: 0341-463911. De receptioniste zal u doorverbinden met de afdeling waar u uw vraag kunt stellen.

       

      • Is het langer dan vijf dagen geleden? Neem dan contact op met uw eigen huisarts of buiten kantoortijden met de Huisartsenpost via 0900 – 341 0 341

       

      Tot slot

      Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

       

       

      De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kunnen geen rechten aan de vermelde informatie ontleend worden. Meer informatie https://www.stjansdal.nl/disclaimer