Klinische chemie
In het St Jansdal bestaat de vakgroep klinisch chemici uit twee specialisten. Beide klinisch chemici richten zich op laboratoriumonderzoek van bloed en andere lichaamsvloeistoffen.
Achter de schermen
Klinisch chemici werken achter de schermen, in het klinisch chemisch laboratorium. Patiënten komen de chemici dan ook niet vaak tegen, maar soms bellen ze hen met vragen over het onderzoek.
Taken
De klinisch chemici hebben verschillende taken. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
- Het op de juiste manier testen van afgenomen materiaal van patiënten en de uitslag rapporteren aan de aanvragend arts
- Het leiding geven aan het klinisch chemisch laboratorium (hier werken dag en nacht) ruim honderd mensen
- Het interpreteren van laboratoriumuitslagen en de aanvragende artsen adviseren
Vloeistoffen
Klinisch chemici weten bijzonder veel over chemische processen in het lichaam en hebben inzicht in de ziektenleer. Door de hoeveelheden zout, eiwitten en afbraakproducten te meten, kunnen ziekten in een vroeg stadium worden opgespoord. De chemici kunnen aan de hand van hun uitgebreide kennis, bloeduitslagen goed interpreteren en de behandelend arts adviseren welke behandeling hij/zij bij een patiënt moet starten.
Vruchtbaarheidsonderzoek
Naast bloed en andere materialen, zoals urine en ontlasting, wordt ook het sperma onderzocht. Dit indien een kinderwens onvervuld blijft. Er wordt bekeken of er in het spermamonster voldoende bewegend zaad zit en of er mogelijke antistoffen te vinden zijn.
Voorspellend onderzoek
In het St Jansdal wordt ook onderzoek verricht naar de snelheid waarmee bepaalde medicijnen worden omgezet in het lichaam. Hiermee kan nagegaan worden of het middel geschikt en de dosering juist is.
Trombosedienst
Het bloed van patiënten die bloedverdunners moeten slikken wordt door de trombosedienst gecontroleerd. De stollingstijd wordt bepaald. De doseerarts bekijkt hoeveel tabletten de patiënt de komende tijd dagelijks moet slikken om de stolling op het juiste peil te brengen of te houden.
Patienten