C-VATS, longkwabverwijdering, in ziekenhuis St Jansdal
Kwaliteitssprong in zorg longkankerpatiënten
De C-VATS lobectomie (longkwabverwijdering) lijkt te mooi om waar te zijn: longkankerpatiënten hebben minder pijn, kleinere wonden, herstellen sneller en liggen korter in het ziekenhuis. Toch zijn deze lovende woorden volgens onze longchirurgen waarheid. Als een van de weinige ziekenhuizen in Nederland werkt St Jansdal met deze uiterst moderne operatietechniek.
De C-VATS lobectomie (longkwabverwijdering) verwijdert op moderne wijze een tumor bij longkankerpatiënten. De operatie gebeurt via een kijkoperatie. Via een paar kleine sneetjes brengt de chirurg een buisvormige camera en andere operatie-instrumenten in de borstholte. De chirurg gaat via een beeldscherm, dat verbonden is met de camera, te werk. Uiteindelijk verwijdert de chirurg één of twee longkwabben of de gehele long (rechterlong bestaat uit drie longkwabben; de linker uit twee kwabben). Bij de traditionele lobectomie werd bij de verwijdering van een longkwab de ribbenkast open gemaakt. Met de moderne techniek wordt de longkwab via kleine sneden uiterst secuur verwijderd. De patiënt heeft zo minder pijn na de operatie, omdat het niet meer nodig is om de ribben te spreiden. De chirurg hoeft door de nieuwe techniek slechts bij tien procent van de operaties de gehele long te verwijderen. Vroeger liep dit percentage op tot wel vijftig procent. Ook het infectiegevaar is door de C-VATS kleiner, waardoor de patiënt korter is opgenomen in het ziekenhuis. In plaats van tien ligdagen mogen C-VATS-patiënten in de meeste gevallen al na vijf dagen naar huis.
Spieken bij de buren
Eind 2008 hoorde longchirurg René The tijdens een longcongres in Amsterdam de longchirurgen Jan Siebenga en Ewald Bollen van het Atrium MC in Heerlen spreken over C-VATS lobectomie. De twee longchirurgen kregen tijdens het congres een prijs van de Vereniging van Longkankerpatiënten, omdat ze de patiëntvriendelijke C-VATS-techniek in Nederland hebben geïntroduceerd. Ze spraken vol lof over de ingreep. Voor René reden genoeg om dokter Siebenga aan te spreken en te vragen of hij, samen met chirurg Roberto Tobon-Morales en twee OK-assistentes een C-VATS lobectomie in Heerlen mocht bijwonen. Begin 2009 zagen de St Jansdallers de eerste C-VATS in Heerlen. Een paar maanden later kreeg het Harderwijkse chirurgisch team een intensieve training van dokter Siebenga: in twee dagen voerden ze vijf C-VATS uit in het St Jansdal. Stap voor stap kregen dokter The en Tobon-Morales de ingreep in de vingers, met als gevolg dat ze de nieuwe techniek vanaf 2010 zonder hulp van buitenaf konden uitvoeren. Toch wilden ze altijd al eens kennis maken met de Amerikaanse ‘C-VATS-goeroe’, professor Robert McKenna. Aan ervaring over C-VATS ontbreekt het hem niet: zijn C-VATS-teller staat op 1600. In april dit jaar bezochten de twee longchirurgen hem in Los Angelos om ook eens in zijn ‘keuken’ te kijken. Een leerzame ervaring, aldus de chirurgen.

Speciale OK
”Ons chirurgisch team had al ervaring met kijkoperaties in de borstkas en buikholte. Dat hielp ons om deze nieuwe techniek sneller eigen te maken”, legt Roberto Tobon-Morales uit. In mei dit jaar stond het aantal C-VATS ingrepen op 63. Elke week voert het chirurgisch team gemiddeld één C-VATS operatie uit. Tijdens een C-VATS zijn er altijd twee longchirurgen aanwezig: The, Tobon-Morales of Montauban van Swyndregt, een longchirurg uit het MC Zuiderzee in Lelystad, waar het St Jansdal mee samenwerkt. Dokter Tobon-Morales gaat verder: “In 2003 is de OK in ons ziekenhuis zo ingericht dat we uitgebreide kijkoperaties kunnen doen, zoals de C-VATS. Niet elk ziekenhuis beschikt over zo’n uitgebreide OK. Dat is ook een van de redenen dat in Nederland de C-VATS nog weinig worden uitgevoerd.”
Technisch uitdagend
De operatie duurt ongeveer drie uur en vraagt om hoogtechnische handelingen. “Het is een technisch uitdagende operatie. Het duurt even voordat je de handelingen onder de knie hebt, dat is juist zo leuk. Maar het mooiste is dat deze operatie enorm veel voldoening geeft, omdat de patiënt er zoveel baat bij heeft”, vertelt René The. Door de komst van de C-VATS lobectomie kunnen er ook patiënten worden geopereerd die normaal gesproken niet in aanmerking komen voor een klassieke operatie, omdat die gewoonweg te zwaar is en deze patiënten een te slechte conditie hebben om zo'n zware ingreep te ondergaan. Ook zijn C-VATS-patiënten in korte tijd weer op de been waardoor ze sneller kunnen starten met een eventuele chemokuur of radiotherapie. Zoals bij alle operaties kunnen er complicaties optreden. Zo kunnen C-VATS-patiënten een infectie of luchtlekkage oplopen. Daarnaast kunnen ritmeafwijkingen van het hart ontstaan. “Toch zijn onze ervaringen positief. De nieuwe techniek is een grote kwaliteitsverbetering voor deze patiëntengroep”, concludeert dokter Tobon-Morales.
Check
De longarts bepaalt in een vooronderzoek of een patiënt in aanmerking komt voor een C-VATS lobectomie. Longarts Steven Gans: “De patiënt moet fysiek sterk genoeg zijn om geopereerd te kunnen worden. Ook moet ik onderzoeken of de patiënt uitzaaiingen heeft. Zijn er uitzaaiingen? Dan kan de patiënt niet met een C-VATS lobectomie geholpen worden. Deze nieuwe techniek is alleen geschikt voor operabele tumoren.” Toch kan de longarts niet altijd uit het vooronderzoek afleiden of de C-VATS met succes kan worden uitgevoerd. Pas als de patiënt onder het mes gaat en de inwendige camera is geplaatst, kan de chirurg zien of de ligging en de grootte van de longtumor gunstig is om de ingreep uit te voeren. “Het inwendig onderzoek is dus een belangrijk moment tijdens de operatie”, voegt Steven toe.
Uit de OK, en dan?
Als de C-VATS patiënt uit de OK komt, start het natraject. Een traject waar longarts Steven een belangrijke rol in speelt. Steven begeleidt sommige longkankerpatiënten tijdens de klinische nabehandelingen, zoals chemokuren of radiotherapie. Of er volgen poliklinische nacontroles, beginnend met een controle eens per drie maanden. Steven: “Ik zie in het natraject veel verschillen tussen patiënten die de klassieke operatie hebben ondergaan en de C-VATS-patiënten. De pijn en de beperkingen zijn bij de C-VATS-patiënten minder en de conditie is beter. Het herstelproces is dus enorm versneld.”
Het balletje is door de longchirurgen René The en Roberto Tobon-Morales gaan rollen. Hun doel is bereikt: de C-VATS lobectomie staat vanaf nu wekelijks op het OK-programma. Dat het St Jansdal als een van de weinige ziekenhuizen het voortouw neemt met deze ingreep, maakt hen trots. Maar zonder het OK-team en de raad van bestuur hadden ze het niet gered. Tobon-Morales: ”Dat is het voordeel van een niet te groot ziekenhuis: de lijnen zijn korter. Initiatieven worden sneller opgepakt en uitgevoerd. Dat werkt erg prettig.”
Lees ervaringsverhalen van C-VATS-patiënten.
Patienten