Nederlands
Patiënten

Klinisch chemisch laboratorium

Het klinisch chemisch laboratorium (KCL) is onderverdeeld in een hematologisch-, een chemisch-, een moleculair biologisch-, een urine- en een afnamelaboratorium. Het afnamelaboratorium bevindt zich op de begane grond en heeft decentrale vestigingen op GGZ Meerkanten en op 10 locaties in de regio. Alle andere afdelingen zijn te vinden op de tweede etage.

 

Op het KCL wordt onderzoek verricht naar de aan- of afwezigheid dan wel de concentratie van stoffen in bloed, urine en ontlasting e.a. ten behoeve van diagnose en therapie. Dat gebeurt zowel voor monsters van ziekenhuispatiënten als voor monsters van patiënten van huisartsen, GGz Meerkanten of de Trombosedienst Noord-West Veluwe.

 

Wie werken op het KCL?

In totaal werken er ruim 95 medewerkers in 58 fte. Hiervan bestaat slechts een klein deel uit mannen. De klinisch chemici bewaken de kwaliteit van de analyses en ondersteunen de aanvragers bij de interpretatie van de uitslagen van de analyses. Een team van leidinggevenden zorgt o.a. voor de organisatorische-, personele-, automatiserings- en technische zaken. De kwaliteitsfunctionaris is belast met het kwaliteitssysteem, zoals dat expliciet voor klinisch chemische laboratoria is vastgesteld.
 
Analisten op HLO en MLO niveau analyseren met behulp van geavanceerde apparatuur het patiëntenmateriaal. Zij verzorgen tevens de bloedtransfusie. Analisten en laboranten nemen het bloed af bij de patiënt. Administratieve medewerkers beantwoorden alle telefoontjes en verzorgen o.a. het verzenden van bloedmonsters die niet in ons eigen lab geanalyseerd kunnen worden. Alle analyses vinden plaats op verzoek van specialisten, huisartsen en verloskundigen, zowel van klinische- als poliklinische patiënten.
Sinds 1 juni 2007 is het laboratorium verregaand geautomatiseerd. Monsters worden op een laadtafel geplaatst en worden automatisch gecentrifugeerd, ontdopt en vervoerd naar de analyseapparatuur. De resultaten verschijnen uiteindelijk op de terminal van de aanvragend arts.

 

Samenwerken met andere afdelingen

Voor het prikken en analyseren zijn we afhankelijk van afdelingssecretaresses, verpleegkundigen, poli-assistentes, arts-assistenten en artsen. Om de patiënt een zo optimaal mogelijke service te bieden, spelen vaak tegenstrijdige belangen een rol. Voorbeeld: het tijdstip van opname wordt zo dicht mogelijk voor de OK gesteld, toch moet er dan vaak nog lab onderzoek gedaan worden. In het samenwerken, zowel binnen als buiten de afdeling, speelt communicatie een cruciale rol.